Mijn grootste inspiratiebron is toch wel C.G. Jung en met name zijn beschreven individuatieproces. Volgens Jung is individuatie een levenslang proces van psychische groei, van zelfwording. Een proces dat je zou kunnen omschrijven als ‘zo volledig mogelijk verwerkelijken wat er in je zit’ of in modernere woorden ‘worden wie je bent’. Het proces zoals Jung dit heeft omschreven, nu ongeveer 100 jaar geleden, is nog steeds verassend actueel. Nog steeds zijn we op zoek naar manieren en wegen om vooral gewoon jezelf te zijn. Maar wat is dat nu? jezelf zijn en wanneer ben je dit wel en wanneer niet? Het verschil met 100 jaar geleden is dat we nu in een complexere tijd leven met veel meer impulsen. Jezelf worden is een nog grotere uitdaging geworden. Snelle veranderingen en een wereld met veel impulsen doen een beroep op ons aanpassingsvermogen. We zijn meer energie in onszelf gaan steken maar tegelijkertijd kost het ons ook meer energie om in balans te blijven. In de natuur zien we het individuatieproces in alle eenvoud en vertrouwen. Een eikel wordt een eikenboom en geen beukenboom, een kalf een koe en geen varken. We worden uiteindelijk wie we bedoeld zijn te worden. Een baby ontwikkelt zich tot een volwassen mens. Het is een groeiproces van volwassen worden, met vallen en opstaan. En het Leven als leerschool met alle wonderen en uitdagingen. Een Oosterse wijze (vast een van de velen?) heeft ooit gezegd over de westerse mens, dat hij niet kalm in zijn kamer kan blijven zitten. We willen altijd naar de kamers van anderen toe om daar iets te veranderen. Daar zit misschien wel iets in. Misschien kunnen we soms wat meer thuis blijven en vervolgens het beste van ons thuis meenemen als ‘geschenk’ wanneer we weer bij iemand op ‘bezoek’ gaan.