Wat is een Prikkelbare Darm Syndroom?

Prikkelbare Darm Syndroom is een cluster van buikklachten. Variërend van problemen met de stoelgang (diarree en/of obstipatie) een opgeblazen gevoel of buikkrampen. Ook kan er sprake zijn van klachten die indirect met PDS te maken hebben, zoals vermoeidheid, hoofdpijn en maagklachten. De klachten worden veroorzaakt door een overgevoelige darmwand en/of verstoorde beweging in de darm. Het is een aandoening wat zich afspeelt in de dunne en dikke darm maar ook de maag is van invloed op de klachten. Er is sprake van PDS wanneer er geen sprake is van infecties of biochemische oorzaken.

Buikbrein. Ons tweede brein.

Het autonome zenuwstelsel staat in verbinding met het eigen zenuwstelstel van de darmen. In de darmwanden en rest van het spijsverteringskanaal loopt net als in onze hersenen een netwerk van miljoenen zenuwcellen. Dit zelfstandig zenuwstelsel in de buik wordt ook wel het enterisch zenuwstelsel genoemd ofwel ‘buikbrein’. Het buikbrein is de centrale schakel in de spijsvertering. Het zorgt ervoor dat de darmen veel activiteiten zelfstandig kan uitvoeren zonder tussenkomst van de hersenen. Het maakt een eigen analyse van alles wat er binnen komt aan voedsel of stoffen en zet andere organen aan het werk. Wel is er voortdurende communicatie tussen de zenuwen in de buik en in de hersenen. De darmen geven daarbij meer signalen naar de hersenen dan andersom. Kortom er is een nauwe verbinding tussen de darmen en de hersenen, ze beïnvloeden elkaar onbewust en automatisch. Deze verbinding staat ook wel bekend als de hersen-darm-as. Ons buikgevoel, ons instinct, bepaalt voor een groot deel hoe we ons voelen. Onze darmen liggen bovendien in het midden van ons lichaam, veel minder geïsoleerd dan de hersenen en continue in contact met voedingsstoffen, hormonen en het immuunsysteem. De darmen kunnen de hersenen veel informatie doorgegeven en fungeert met zijn enorme oppervlakte misschien meer als een onderbewuste aansturing, terwijl de hersenen de taak heeft om bepaalde signalen bewust te maken. Als bijvoorbeeld de spijsvertering in de war is geraakt, gaat het buikbrein signalen afgeven. Deze signalen kunnen dan een kettingreactie in het lichaam veroorzaken. Zoals vermoeidheid, lusteloosheid, gespannen spieren, angstige gedachten tot een verstoring in de aanmaak van serotonine.

Serotonine

De hersenen gebruiken neurotransmitters om te communiceren met andere organen. Serotonine is een van de vele neurotransmitters die ook ons een goed en gelukkig gevoel geeft. Als we hiervan te weinig hebben, voelen we ons down. Uit onderzoek is inmiddels aangetoond dat 95% van de serotonine wordt aangemaakt in onze darmen. Als de serotonine aanmaak in de darmen verstoord raakt, dan raakt ook de serotonine in onze hersenen verstoord. Dit verklaart waarom depressie of angst vaak samengaat met darmklachten en ook omgekeerd dat mensen met darmklachten, ook depressieve gevoelens kunnen krijgen. Kortom wat er in het hoofd gebeurd heeft zijn weerslag in onze buik en andersom. Bekende uitdrukking zoals ‘wegslikken van een teleurstelling’ of ‘vlinders in je buik voelen’, geven dit al mee weer. Vreugde en verdriet hebben bovendien invloed op ons eetgedrag en beïnvloeden onze spijsvertering.

Hoe kan een verstoring in de darm-hersen-as ontstaan?

Wanneer er een stofje in het maag-darmkanaal binnen komt dat schadelijk kan zijn, dan slaat de darm alarm. Je krijgt dan buikpijn of diarree. Als de darm signalen blijft doorgeven aan het centraal zenuwstelsel terwijl er geen oorzaak meer is, dan blijft de darm geprikkeld. Als er verder nog sprake is van overprikkeling een psychische instabiliteit veroorzaakt, dan kan het centrale zenuwstelsel de alarmprikkels uit de darmen niet goed meer filteren. Er is een overbelasting.

Stress, een belangrijke trigger

Er blijkt een sterke relatie te zijn tussen stress en PDS. Spanning op het werk, in het gezin, de familie of een innerlijk conflict kunnen buikklachten veroorzaken. Er kan ook stress ontstaat na buikklachten, bijvoorbeeld na een buikgriep of infectie. Je krijgt angst voor een volgende aanval terwijl er lichamelijke geen oorzaken meer zijn. Door deze angst ontstaat weer stress. Stress kan dus de oorzaak zijn maar ook de lichamelijke klachten kunnen de oorzaak zijn van stress. In de praktijk is het vaker een combinatie van beiden en kan je gevangen zitten in een vicieuze cirkel van verdringen, angst of vermijding. Stress kan ervoor zorgen dat klachten aanhouden en het is een complex systeem van veel factoren.

Kinderen en buikklachten

Buikpijn komt veel voor bij kinderen. De pijn kan op verschillende plekken in de buik zitten en kan steeds anders aanvoelen. Bij zes van de tien kinderen kan de huisarts of specialist geen beschadiging, ziekte of afwijking als oorzaak van de buikpijn vinden. Bij (jonge) kinderen is het lichaam nog het instrument om door te voelen en te ervaren. Onrustgevoelens komen vrijwel direct tot uiting in het lichaam. Vaak in de buik en ook in het hoofd. Het lichaam registreert veel prikkels vanuit de omgeving en vanuit het kind zelf. Buikklachten bij kinderen hebben vaak een grote impact op de dagelijkse activiteiten. Dit heeft als gevolg dat kinderen vaker thuisblijven van school of niet meer meedoen aan leuke activiteiten. Bij ouders zorgt dit voor ongerustheid. Van een kramp of pijnaanval kan een kind angstig worden voor de pijn en dit kan leiden tot meer spierspanning, wat meer gevoeligheid en pijn kan veroorzaken. Zo kan er een vicieuze cirkel ontstaan. Buikpijn kan ook komen doordat de darmen gevoelig zijn voor prikkels als voeding, hormonen of stress. Gedachten en gevoelens kunnen invloed hebben op de buik en darmen. Kinderen kunnen lichamelijk klachten krijgen als er iets spannends is gebeurd of gaat gebeuren.

Hoog gevoeligheid en PDS

Ben je hoog gevoelig? Dan ben geboren met een gevoeliger zenuwstelsel. Uit veel onderzoek blijkt dat het zenuwstelsel gevoeliger reageert op zowel de interne als de externe prikkels. Dit hoeft geen probleem te zijn als je hiermee om weet te gaan. En dat is vaak zoeken, zoeken naar de juiste balans. Een gevoelig zenuwstelsel heeft op het juiste moment rust en ook uitdagingen en impulsen nodig. Mensen met HSP ervaren vaak dat ze moeite hebben om grenzen te bewaken en hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ze hebben de behoefte aan eigenheid, verbinding en tegelijkertijd behoefte om alleen te zijn. Ook prikkels vanuit voeding en kleding kunnen sterker binnen komen. Wanneer er te veel stress ontstaat is dit voelbaar in het lichaam, zoals hoofdpijn of buikpijn, en als een emotionele disbalans. Dit laatste wordt niet altijd gewaardeerd of begrepen en dit kan stress opleveren. De samenhang tussen PDS en hoog gevoeligheid is nog geen wetenschappelijk bewezen combinatie. In mijn praktijk zie ik echter wel veel samenhang. Wanneer je beter leert omgaan met je hoog gevoeligheid en het accepteren ervan, dan heeft dit een positieve uitwerking op buikklachten.

  •  Geruststellen. Leg aan uw kind uit dat er geen ziekte of andere oorzaken zijn gevonden voor de buikpijn. En leg uit hoe de spijsvertering werkt en dat spanningen invloed hebben op de spijsvertering. Hiervoor zijn informatieve boekjes te vinden op internet en de bibliotheek.
  •  Spanningen. Veel kinderen krijgen buikpijn bij spanningen. Dit kunnen overigens ook leuke activiteiten zijn. Probeer samen te ontdekken wat spanning geeft en zoek samen naar oplossingen. Soms is het erover praten al genoeg. Kinderen kunnen ook spanningen in het gezin oppikken en hierover gaan piekeren of op zichzelf gaan betrekken. Ga na of dit mogelijk aan de hand is. Let er wel op dat bijvoorbeeld een woordenwisseling in het gezin vanuit het perspectief van een kind een andere impact kan hebben dan op u. Soms maken kinderen zich zorgen en hebben deze gedachten invloed op hoe ze zich voelen. Als u merkt dat u kind somber is of negatieve gedachten heeft, probeer deze dan eens om te buigen. Hou dit zo speels en luchtig mogelijk en leg uit dat helpende gedachten andere gevoelens met zich mee brengt.
  •  Zorg voor ontspanning. Probeer samen te zoeken naar wat afleiding, plezier en ontspanning geeft. De ene dag is er meer behoefte aan een actieve ontspanning terwijl je op een ander moment juist zin hebt in een passieve ontspanning zoals een leuk boek lezen. Soms kan het helpen om meer ideeën te verzamelen, zodat er als het ware een voorraadje is gevormd. Denk hierbij ook aan lichaamsbeweging , yoga of een oefening voor een ontspannende ademhaling.
  •  Ademhaling. Een hoge ademhaling zorgt voor een gespannen lichaam, kijk eens hoe uw kind adem haalt. Bewegen alleen de schouders en de borstkas, dan is de ademhaling mogelijk niet ontspannen genoeg. Laat dan uw kind eens naar de buik te ademen, door eerst de handen erop te plaatsen en dan naar de handen toe te ademen. Ook kan het helpen om in 3 tellen in te ademen, een tel de adem vast te houden en dan in 4 tellen uit te ademen.
  •  Prikkels verminderen of vermeerderen. Er zijn voortdurend prikkels om ons heen. Zo kan voeding, stress, drukte het zenuwstelstel en het verteringsproces overprikkelen. Is er sprake van overprikkeling dan kan je met het uitdoving principe eerst wat prikkels verminderen, en dan weer stap voor stap op bouwen. Begin met onderzoeken welke prikkels er zijn en op welke manier ze invloed uitoefenen op het lichaam, het gevoel of gedachten. Is er een samenhang? Welke prikkels waren er voorafgaand aan de klachten? Of welke prikkels zijn er te verwachten de volgende dag? Ook bepaalde voedsel kan voor een overprikkeling van de darmen zorgen. Ga hiervoor eens een gesprek aan bij een voedingsdeskundige.
  •  Dagboek bijhouden: Om inzicht te krijgen in wanneer er klachten zijn en wat eraan vooraf gaat, kan een dagboek worden bijgehouden. We hebben zelf soms een vertekend beeld van de frequentie en soms is het voor een kind lastig om aan te geven. Woorden als ‘altijd’, ‘vaak’ of ‘nou gewoon’ kunnen gespecificeerd worden in het dagboekje en hierdoor kan er inzicht ontstaan wat helpt bij het opzoeken van de oorzaak. Er zijn dagboekjes te downloaden via websites maar je kan het ook zelf bijhouden in een schriftje. Je kan hierin opschrijven: wat is er gedronken en gegeten, wat is er op school en thuis gebeurd. Welk cijfer geef je je buikpijn, wanneer is de pijn het minst en wanneer meer (ochtend, avond). Wat deed je om de klacht te verminderen. En heeft dit geholpen. Belangrijk is om elke dag om dezelfde tijdstip dit in te vullen. En na twee weken kan je misschien een patroon herkennen.
    • Wees alert op vermijding. Soms kunnen buikklachten onbewust en onbedoeld bepaald gedrag in stand houden. Is uw kind vaak thuis vanwege buikklachten, bekijk eens of er een patroon zit in het vermijden van situaties waar uw kind mogelijk moeite mee heeft. Soms is het dan goed om aan het zelfvertrouwen te werken of te achterhalen wat nu de situatie lastig maakt. Is het altijd op een dag van een toets, de gymles of bij feestjes? Soms is het lastig voor een kind om dit met een ouder te bespreken of voelt u zelf aan dat u misschien een onderdeel bent van dit patroon. Zoek dan een geschikte tussenpersoon om een gesprek te voeren. Iemand die uw kind vertrouwt. Dit kan een docent, juf of meester zijn of een coach, trainer. Blijf zoeken naar een geschikte persoon en geef dit aan bij uw kind dat er hulp wordt gezocht.

Darmanagement ‘Een rustig hoofd, een rustigere buik’.

Sinds 1996 wordt een behandelprogramma Darmmanagement bij PDS, gebaseerd op hypnotherapie in Nederland toegepast. Vooral bij kinderen zijn de resultaten erg goed en is de score op pijnvermindering hoog. De reden waarom hypnotherapie goed werkt is mooi verwoord door Giulia Enders (auteur van ‘de mooie voedselmachine’). Ze beschrijft hypnotherapie als een soort fysiotherapie voor de zenuwen. ‘Door gebruik te maken van gedachtenprikkels en voorstellingsvermogen kunnen de waarnemingen worden veranderd en spanningen verminderd en kunnen er nieuwe verbindingen ontstaan’.

De behandeling is gericht op darmmanagement. Dit betekent een eigen regie leren krijgen over pijnvermindering, stress vermindering en de invloed van mogelijke psychische oorzaken te verminderen. Na de intake wordt een behandelplan opgesteld. Meestal zijn 5 tot 8 behandelingen in eerste instantie voldoende. Bij jonge kinderen zijn de ouders aanwezig tijdens een sessie zodat de oefeningen ook thuis toegepast kunnen worden.